Verrassend Muxia

Spain 24 August 2024  21°

Verrassend Muxia Ondanks dat we Camarinas heerlijk vinden om te ankeren, het dorpje heeft iets wat van vergane glorie. Alles is er, maar de sfeer is een beetje verlaten, ondanks dat we er hoog zomer zijn, zijn de straten leeg. Toch zijn de stranden elke middag gevuld met locals die verkoeling zoeken in zee.
Brechtje springt ook (bijna) elke dag even in het koude water, want zwemmen betekend vakantie!
Er nadert vreemd weer, waaronder een trog die over ons heen komt in de nacht van vrijdag op zaterdag. Ys ziet hem al dagen aankomen en bespreekt met Joost of het verstandig is toch een nachtje de haven op te zoeken. We besluiten het af te wachten en vrijdag ochtend een beslissing te maken.
Een trog is een langgerekt gebied met lage luchtdruk en een uitloper van een lagedrukgebied. In een trog liggen de isobaren (lijnen met gelijke luchtdruk) meestal dicht op elkaar. Hoe dichter de lijnen op elkaar liggen des te harder waait het.
Donderdagavond laat belt Joost, we liggen zo’n 30 meter van elkaar geankerd maar toch is bellen sneller dan even de bijboot te pakken, ook hij vertrouwt het weer niet en vraagt of we inderdaad mee gaan naar de haven, maar dan naar Muxia een stadje aan de overkant van de Ria.
Vrijdagochtend halen we het anker op. Dit kost enige moeite omdat een van ons onderdeks de ketting moet stouwen. We hebben de ketting voor onze reis verlengt waardoor de ketting precies in de ankerbak past mits deze relatief netjes in de bak ligt, maar dat gebeurt niet uit zich zelf. Dus elke 5-10 meter moet de ketting even naar de zijkant geduwd worden. Een klusje op de kluslijst – ankerbak aanpassen.
De haven van Muxía blijkt vrij groot en vrij leeg te zijn. Deze vult zich uiteindelijk gedurende de dag met diverse jachten van verschillende nationaliteiten.
Vrijdagochtend is marktdag. Brechtje vindt het leuk daar even te kijken, dus we leggen snel alle landvasten vast en stappen het stadje in. De markt brengt reuring in de smalle straatjes, al is de markt duidelijk op z’n eind. Bij een groentekraam kopen we wat groentes, een mooie tomaat en fruit. Tussen smalle straatjes door lopen we verder het stadje in. Diverse terrasjes vullen de straat. De borden zijn gevuld met sardientjes en pulpo (octopus) en er staat altijd een mandje brood op tafel. Opvallend, ik had Spanje niet bedacht als brood en kaasland. Maar ze hebben veel soorten harde kaas (koe, schaap, geit of gemengd) en veel wit zuurdesem brood.
Bij de toeristeninfo halen we een kaartje van de stad en wandelen door naar de kerk die gebouwd is boven op de rotsen, uitkijkend over zee. We worden al van tientallen meters afstand begroet door kerkelijk gezang, die uit de speakers aan de kerk klinken. Dit is een van de  0 km punten van de Camino – de pelgrimsroute. Wind en golven teisteren de onderliggende rotsen. Hier verscheen volgens de legende de maagd Maria in een stenen boot aan apostel Jacobus. Een aantal vreemd gevormde stenen op de rotsen zouden afkomstig zijn van deze boot. Binnen in de kerk hangen diverse scheepsmodellen en halen moderne pelgrims een stempeltje in hun pelgrimsboekje. Dit stuk kust heet Costa del Morte. Gevreesd voor zijn stormen die de Atlantische deining meters hoog opstuwen en met kracht kapot laten slaan op de kust. Honderden schepen zijn vergaan en liggen als scheepswrakken op de bodem.
We zoeken een terrasje op en zien op andere tafeltjes prachtige gekleurde schelpen geserveerd. Die willen wij ook wel proberen. Het blijken zamburiñas, de gekleurde schelpen zijn een feest op het bord.
Op deze manier varen, betekent veel klussen. Als het niet aan je eigen boot is, dan is er altijd wel een buur boot met een hulpvraag. De Ladigue heeft startproblemen. In de afgelopen jaren hebben wij inmiddels heel wat geklust aan de motor en toebehoren. Dus Ys biedt aan mee te kijken. Er wordt een aardige diagnose gesteld wat het allemaal niet kan zijn, maar wat er wel aan de hand is…. Misschien toch iets met de elektriciteitstoevoer, een vage gedachte over een van de tussenliggende schakelaars wordt aan de kant geschoven. Maandag toch maar een monteur ernaar laten kijken. (Die vage gedachte over de tussenliggende schakelaar bleek overigens inderdaad het probleem en was binnen een dag opgelost, zo leer je toch weer meer te vertrouwen op je eigen gevoel ook al ‘kan dat het écht niet zijn’).
’s Middags maken we een lange wandeling naar Paradores Costa da Morte (Muxía), een hotel(keten) die gerund wordt door de overheid. Opgericht in de jaren ‘70 om het toerisme in Spanje aan te moedigen. Het is vrij toegankelijk en blijkt een prachtig architectonisch gebouw te zijn, gebouwd tussen de groene heuvels met uitkijkjes over de oceaan, het strand en de groene heuvels aan de overkant. We ploffen neer voor een caña (biertje) naast een zwembad met fantastisch uitzicht naar beneden. We weten niet helemaal zeker óf we ook gebruik mogen maken van het zwembad, maar deze kans om hier te zwemmen kan ik niet voorbij laten gaan. In de toiletruimte trek ik mijn meegebrachte bikini aan en stap snel het water in. Terwijl Ys geniet van de caña, trek ik een paar baantjes en geniet van het uitzicht.
We vinden Muxía verrassend leuk!