Cameret

Nadat we onze roes en de nachtwachten van de oversteek bij geslapen hebben, pakken we wederom onze fietsen om het stadje te verkennen. Veel is dicht, hier en daar zitten wel wat mensen op het terras. We fietsen de heuvel op om een oud ford te bekijken en hebben mooi uitzicht over de baai. Achterin de haven blijkt een oesterbar te zitten, waar we heerlijk in de zon een klein assortiment aan zeevruchten nemen met een gezellige fles Muscadet.

De volgende dag gaan we verder en gooien we  rond 18u de trossenlos uit Cameret en zetten koers naar Concarneau. De wind is goed en we scheuren het eerste stuk langs ”Raz de Seine” heen. Eenmaal om de rotsen heen valt de wind weg en moet de motor bij om niet van koers te raken door de complexe stromingen. S nachts worden we bezocht door dolfijnen in water met zeevonk. Als torpedos zie je ze door een baan van licht door het water rondom de boot scheren. Soms springen ze net even om hoog, dan weer in een vreemde kronkel onder de boot door. Gaaf!