Oostende – Brighton
We vertrekken rond elf uur ’s ochtends uit Oostende, een uur eerder dan gepland. Onze buren met dezelfde diepgang blijkt de haven al uit te kunnen uit, dus wij kunnen ook los. Buiten de haven zetten we de zeilen, geen reven, vol tuig. Met ruime wind glijden we langs de (sarcasme) prachtige Belgische kust. Op een gegeven moment noemt Abel een iets minder grijs flatgebouw zelf ‘enigszins mooi…’
De verder kalme dag werd zo nu en dan spannend gemaakt door een Duits stel. Net buiten Oostende hadden ze ons enthousiast toegezwaaid. Het jacht zond geen AIS uit en reageerde ook niet op de marifoon. Toen we elkaar na een paar uur varen dichtbij naderden en we binnen spraak-afstand waren, maakten we even een praatje. Zij zeiden inderdaad geen AIS te hebben.
Na dat contact blijken onze nieuwe Duitse vrienden nogal gehecht geraakt aan onze aanwezigheid. De rest van de dag komen ze te pas en te onpas veel te dicht bij ons in de buurt. Irritant om zo scherp te moeten blijven terwijl er eigenlijk ruimte zat is…
Terwijl Brechtje de rode boeienlijn volgt, gaan Ys en Abel gedurende de dag al op tijd dutjes doen om zo scherp te zijn voor de nachtelijke oversteek van het kanaal Calais – Dover. Tussendoor is er nog wat verwarring door een sleper die SY Luna oproept met het verzoek ruim achterlangs te passeren. Dat geeft vraagtekens, we varen al geruime tijd alleen zonder een schip in zicht of op de ais. Via WhatsApp komt toevallig de verheldering: er vaart nog een Sy Luna een stuk achter ons!
Na het donker samen op, we rekenen een beetje wat qua stroom een goede plek is om over te steken. De wind zakt wat weg, tijd om het grootzeil te laten zakken en de motor bij te zetten. “Rats!” een flinke scheur in het achterlijk. Tijdens het opdoeken van het zeil trekt Ys per ongeluk het zeil stuk langs de naad, waarschijnlijk verzwakt door klapperen o.i.d. Balen, maar dit heeft nu geen noodzaak en net voor dit drukke stuk vaarwater, is er geen tijd voor noodreparaties. De reparatie doen we wel in de volgende haven.
We kiezen, na wat elven en twaalven, een rustig gaatje. De eerste helft van de oversteek gaat soepel. Halverwege het scheidingsstelsel ligt een soort “middenberm”, terwijl we die berm in varen zien we meer verkeer van de andere kant aankomen. We hebben een Closest Point of Approach (CPA) van 0,5 mijl met het eerste schip. Wij kunnen echter niet snel berekenen of we voor of achterlangs zullen gaan. Via de marifoon vragen we het hem, zeeschepen kunnen dit wel gemakkelijk zien op hun scherm., ”jullie gaan voorlangs” . Helemaal goed, dat betekent namelijk ook dat we daarna ook voor de andere schepen zullen langs gaan. Een beetje spannend, maar dankzij de techniek en goede communicatie komt het goed.
Vlak nadat we de grote jongens voorbij zijn vraagt Ys aan Abel: “Is dat Noorderlicht?” Het antwoord is “Ja!” Brechtje wordt uit bed getrommeld en een uur lang kijken we met z’n drieën naar een prachtig natuurschouwspel. Magisch!
Na het noorderlicht gaat Brechtje terug naar bed, Abel volgt een paar uur later. De volgende ochtend is wat heiig. Brechtje heeft een eerste ontmoeting met een vissersboei, klang tegen de boeg. Ys is boos, Abel sust de boel, zijn ervaring leert dat je die dingen simpelweg niet goed kan zien. We zullen er nog wel vaker tegenaan varen.
Na een paar uur komt de zon door. Een aantal Jan van Genten zweven voorbij. Met de fok, bezaan en dieselzeil (motor) op scheuren we langs de prachtige kliffen en Beachy Head, er worden veel foto’s gemaakt. De “Red Ensign”, een rode vlag met in het hoekje een Britse vlag, gaat provisorisch de voorste mast in. Kennelijk is de Union Jack niet Brits genoeg voor onze westerburen… Met hoogwater komen we aan in Brighton. De incheck is vriendelijk en snel geregeld.
Hierna is het tijd voor champagne, de eerste oversteek met Luna is geslaagd! We zijn binnen no-time vrolijk aangeschoten en genieten van de kleurrijke Britten in de pub aan de haven.